Concreet

16 december 2020

Categorie: default - Reageer

 

 Concreet

Het evangelie is weliswaar niet geschreven met het oog op een historisch verslag van de gebeurtenissen die tweeduizend jaar geleden plaatsvonden, toch is het geen ‘vaag’ geloofsboek dat iets of wat in het ijle vertelt alsof het heil van God voor zijn volk alleen maar voor de sfeer is en als een bemoedigend woordje geldt. Integendeel! Het begin van de Blijde Boodschap is juist heel concreet en precies in de beschrijving van hoe Gods heil tot ons is gekomen. De profeten spraken ook niet ‘vaag’, maar vaak pijnlijk duidelijk, de vinger leggend op de wonde! Johannes de Doper was ook geen ‘doetje’ en hoewel hij als figuur tot als een zonderling overkomt, is zijn oproep tot bekering allesbehalve vrijblijvend te noemen, allereerst voor zichzelf.

De vierde adventszondag wordt het wel heel concreet als de engel Gabriël bij Maria komt met Gods boodschap. We krijgen alle info die nodig is om te geloven dat God meent wat Hij door de profeten al had beloofd. De engel Gabriël wordt gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die Maria heet en die verloofd is met Jozef uit het geslacht van David. De vragen wie, wat, waar worden beantwoord, het is concreet want het is waar en waarachtig. Het gesprek van de engel met Maria is een waarachtig geloofsgesprek waarbij Maria niet zomaar ‘ja’ zegt. Ze wordt tot niets verplicht, ze wordt uitgenodigd om te geloven en ‘ja’ te zeggen. Het is ook niet niks wat God van haar vraagt! Het zet haar leven helemaal overhoop en trouwens dat van allen die met haar zullen geloven en ‘ja’ zeggen. Want geloven is concreet, het grijpt diep in in ons leven in het diepste van ons wezen. Zoals Maria mogen ook wij vragen: ‘Hoe kan dat allemaal?’ en zoals Maria horen en zien ook wij dat ‘voor God niets onmogelijk is’. De engel verwijst naar wat met Elisabet gebeurde en Maria gaat haar dan ook opzoeken. Geloven is zeggen zoals Maria: ‘Mij geschiede naar uw woord’, maar ook: zich spoeden naar Elisabet om te zien en geloof te delen.

Ook wij mogen tot geloof komen door te luisteren naar het woord van de Heer, maar ook door de werking ervan te zien bij onze ‘geloofsverwanten’, de broeders en zusters die ook ‘ja’ zeggen en Gods heil ontvangen en dragen. ‘Want voor God is niets onmogelijk’, zegt de engel, toen en nu. Als wij ons gelovig zijn niet vaag en traag, maar concreet en blij beleven, dan kan het groeien als een Blijde Boodschap voor iedereen. Want dat is de bedoeling van de geboorte van Christus: ‘Hij zal zijn volk redden’ of zoals met Kerstmis de herders zullen horen: ‘Een vreugdevolle boodschap voor heel het volk: Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer’.

Kerstmis zal opnieuw heel concreet zijn: in Betlehem, in een kribbe, in doeken gewikkeld, tijdens de volkstelling…’ Toen en ook nu?

Als Christus mag geboren worden in mijn leven, als de gave van het geloof in mijn leven ontvangen mag worden, dan zal dat ook niet met machtig vertoon en pracht en praal zijn. Immers, ik ben even klein als het onooglijke Betlehem, even schraal als een kribbe en veel meer dan doeken heb ik niet te bieden. Maar voor God is dat voldoende om tot mij te komen. Misschien helpt de opgelegde beperking om Kerst te vieren in tijden van Corona om ons daarvan bewust te worden. Trouwens, het gaat almaar over het gemis van de feestdis met zijn allen, maar hoe zelden krijgt Jezus een plaats aan onze overdadige tafel? Misschien dat we dit jaar Hem wel opmerken en in onze armen sluiten als Maria – zoals moeders dat doen – haar Kind aanbiedt en met haar gelovige blik ons aankijkt en vraagt of er in ons hart plaats is voor de Heer. Zo concreet is het allemaal en zo waarachtig kan het zijn.

 

 

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond