Gewoon?

23 mei 2018

Categorie: default - Reageer

Gewoon?

Met het hoogfeest van Pinksteren wordt de paastijd afgesloten en nemen we de draad van ‘de groene tijd’, de gewone tijd door het jaar weer op. En toch is deze ‘gewone’ tijd ook weer buitengewoon. Hij begint al met drie hoogfeesten! Op 27 mei Drieëenheid, op 31 mei sacramentsdag en op 8 juni Heilig Hart van Jezus.

Drie hoogfeesten die de vreugde van Pasen al meteen doortrekken in de ‘gewone’ tijd door het jaar. Het zijn als kruisen aan de sleutel van een partituur, ze verhogen het hele stuk in een feestelijke toonaard. Inderdaad, in de zogenaamd ‘gewone’ tijd door het jaar blijven we Pasen vieren, dat van de Heer en dat van ons. Iedere zondag vieren wij de verrijzenis van Christus en verbinden ons eigen leven als gedoopten daaraan. Iedere zondag gedenken wij dat Jezus heel zijn hart aan God en aan ons heeft gegeven op het kruis. Iedere zondag vieren wij de Vader door de Zoon in de kracht van de Heilige Geest. Iedere zondag ontvangen wij het sacrament van Jezus aanwezigheid in de communie. Deze drie feesten geven dus de toonaard weer van de partituur van het verdere liturgische jaar.

Deze feesten en heel het liturgisch jaar worden echter niet geïsoleerd gevierd van ons leven. integendeel, ze willen ons leven verhogen, de toonaard van ons leven aangeven. We krijgen een heel jaar om de werkelijkheid van Gods liefde zoals die in Jezus zichtbaar is geworden, ook in ons leven te ontdekken en hoe zouden we dit anders kunnen dan door naar Christus te luisteren en te kijken, door Hem te ontmoeten in de eucharistie zondag na zondag en Hem te ontvangen?

Zonder de dynamiek van het liturgische jaar, zonder de zondagse eucharistieviering, zouden we vervreemden van wie wij zijn geworden in ons doopsel: veelgeliefde kinderen van God, broeders en zusters van elkaar. Het hele jaar door mogen wij in de liturgie Christus ontmoeten, de nieuwe mens die wij zijn geworden in ons doopsel. We ontvangen telkens opnieuw de Heilige Geest die ons omvormt tot lichaam van Christus, Gods Kerk. We mogen ons geborgen weten in de liefde van de Vader in zijn aanwezigheid in de eucharistie. Wie zijn of haar ouders nooit bezoekt, vervreemdt op den duur van hun liefde. Wie zijn of haar familie nooit ontmoet, vervreemdt van de broederlijke en zusterlijke band die hen bindt. Wie we zijn, wie we samen zijn, wordt op den duur nog een vage herinnering, maar geen ervaring meer die de beleving van die band mogelijk maakt. Zo is het ook met de familie van christenen. Als zij niet regelmatig samenkomt om de Vader te ontmoeten en elkaar, wordt de Kerk nog een vage herinnering. Iets voor af en toe of zelfs nooit meer. Helemaal geen lichaam van Christus dat leeft en leven geeft.

Laten we dus het liturgische jaar beleven met zijn feesten en zijn gewone tijd, dan wordt ons leven als christenen buitengewoon.

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond