Heilsgeschiedenis

5 december 2018

Categorie: default - Reageer

Heilsgeschiedenis

Gelovigen gebruiken het woord ‘heilsgeschiedenis’ om aan te duiden hoe God ingrijpt in de geschiedenis, hoe Hij in de loop der tijden zijn verbond toont en zijn aanwezigheid bij de mensheid duidelijk maakt. Het gaat dus om ‘heil’ dat in de ‘geschiedenis’ zichtbaar wordt. En dat is belangrijk, zowel het heil dat God ons schenkt als onze geschiedenis. God heil, zijn grenzeloze liefde voor de mensen, voor zijn schepping hangt immers niet als een vrome wolk boven onze hoofden, buiten onze tijd, los van ons leven en de gebeurtenissen in ons leven en samenleven. Neen, Gods heil gebeurt midden in de realiteit van ons bestaan. Dat is al duidelijk in het Oude Verbond, vooral in het woord dat God door de profeten spreekt. Het zijn woorden van heil die onmiddellijk te maken hebben met de situatie van het volk, met de geschiedenis van het Godsvolk.

De eerste lezing uit de profeet Baruch op de tweede zondag van de Advent klinkt zo concreet en direct in de oren van het volk dat in ballingschap is, ver weg van Jeruzalem, overgeleverd aan vreemde volken, onzeker over de eigen toekomst, levend in de leegte van het gemis in het heden. En dan zegt God door de profeet: ‘Jeruzalem, leg uw kleed van rouw en ellende af en bekleed u voor immer met Gods heerlijke schoonheid’. En dan volgt de belofte van God dat de tijd van ontbering en ongerechtigheid voorbij is, zij worden genezen door Gods barmhartigheid én zijn gerechtigheid. Het heil klinkt binnen een concrete geschiedenis en openbaart Gods nabijheid en bevestigt Gods volk in zijn grenzeloze liefde. Heil waar onheil ervaren wordt, redding van God waar de mens geketend vast zit.

Ook in het evangelie van deze zondag klinkt het heil door in de concrete geschiedenis : ‘Het gebeurde in het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius: Pontius Pilatus was landvoogd van Judea; Herodes gouverneur van Galilea; zijn broer Filippus gouverneur van het gewest Iturea en Trachonitis en Lysanias gouverneur van Abilene; Annas en Kajafas bekleedden het hogepriesterschap. Toen kwam het woord van God over Johannes, zoon van Zacharias die in de woestijn verbleef.’ Deze hele inleiding lijkt wel uit de geschiedenisboeken te komen, maar ze staat in het evangelie. We zullen een gelijkaardige opsomming van historische gegevens vernemen wanneer Jezus geboren zal worden. Zowel de voorloper, Johannes de Doper, als de verlosser, Jezus Christus, worden boodschappers en dragers van Gods heil in de concrete geschiedenis. De opsomming van de historische gegevens, zoals hierboven, behoort ook werkelijk tot de geschiedenis. Het zijn geen verzinsels om de blijde boodschap aannemelijk te maken ze behoren wezenlijk tot de blijde boodschap. God komt in zijn Zoon aanwezig binnen onze werkelijkheid. God neemt ons leven en onze geschiedenis ernstig, Hij heeft ons geschapen en zijn hele schepping aan ons toevertrouwd. Het is niet buiten die werkelijkheid, maar er middenin dat Hij zijn heil schenkt en ons in zijn Zoon herschept. Daarin zit de geloofwaardigheid van Gods heil, dat dit niet ergens vaag boven ons zweeft, maar midden in ons leven met zijn wel en zijn wee aanwezig komt.

Zo is het ook voor ieder van ons. Als christen delen wij in de zending van Christus om Gods heil in deze wereld en in deze tijd aanwezig te brengen. Hiertoe dienen ook wij de geschiedenis ernstig te nemen, die van onszelf en die van onze medemensen. Het is pas als wij de werkelijkheid ernstig nemen, dat onze verkondiging, onze liturgie, onze inzet teken worden van Gods heil en geloofwaardig is. De advent is een tijd van uitzien en verwachten, laten wij de ogen, oren en harten open houden om te zien wat gezien moet worden en om Gods heil met open armen te kunnen ontvangen.

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond