Openbaringstijd

23 januari 2019

Categorie: default - Reageer

 

Openbaringstijd

Na de Kersttijd – die eindigt met het feest van het Doopsel van de Heer – begint de zogenaamde tijd door het jaar. Maar eigenlijk is heel de tijd van Kerstmis tot het feest van de Opdracht van de Heer (Maria Lichtmis) in de liturgie de Openbaringstijd. God die zich in zijn Zoon openbaart, toont. Met Kerstmis in de geboorte van Jezus Christus wordt Hij geopenbaard aan de herders; met het hoogfeest van Openbaring wordt Hij geopenbaard aan de Wijzen uit het Oosten; met het feest van het Doopsel van de Heer wordt Hij door God zelf geopenbaard als zijn ‘Welbeminde Zoon in wie Hij welbehagen heeft’; op de tweede zondag door het jaar wordt zijn zending openbaar bij de bruiloft te Kana; op de derde zondag door het jaar openbaart Jezus zichzelf in de tempel: ‘Het schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan’; en op het feest van de Opdracht in de Tempel is het de oude Simeon die uitroept: ‘Uw dienaar laat Gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan: mijn ogen hebben thans uw heil aanschouwd dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israël’.

Natuurlijk is heel het liturgisch jaar een openbaring van Gods liefde in Jezus, zijn Zoon. We horen het elke zondag opnieuw in ieder woord dat Jezus spreekt, in iedere ontmoeting die Hij heeft, in ieder wonder dat gebeurt. Maar het is toch zinvol om de openbaringstijd van Kerstmis tot het feest van de Opdracht van de Heer van naderbij te bekijken.

Wat valt op?

Gods liefde voor de mensen is in zijn Zoon verschenen en die boodschap geldt voor alle mensen zonder uitzondering.  God legt de lat laag. Er is geen drempel in de stal van Betlehem. Bovendien nodigt God volop uit om zijn liefde te gaan begroeten en te ontvangen. Hij laat zijn engelen uitgenodigd zingen en de sterren blinken. Wie oren en ogen heeft, kan het horen en zien. De herders komen en ontvangen Gods liefde. De Wijzen uit de heidenvolken komen en zien. Johannes de Doper heeft gezien en wijst de Redder aan. God zelf laat het horen bij het doopsel van Christus in de Jordaan. Jezus zelf steekt het niet onder stoelen of banken: wat de profeten hebben voorzegd als een belofte van God wordt in Hem vervuld. Om het allemaal ‘officieel’ te maken, bevestigt de oude Simeon wat we sedert Kerstmis hebben gehoord en gezien. Gods liefde is verschenen om gezien en gehoord te worden, om ervaren te worden door iedereen.

Heel de openbaringstijd is Maria aanwezig om daarna op de achtergrond uit het zicht te blijven tot onder het kruis waar ze opnieuw dicht bij haar Zoon staat. Maria, de eerste gelovige van het nieuwe verbond, heeft God op zijn woord geloofd zonder te zien. Zij toont niet alleen Gods Zoon, maar ook haar geloof heel de openbaringstijd door. Zij ontvangt in de stal de bezoekers, zij heeft aandacht voor de gasten op de bruiloft van Kana, zij draagt haar Kind in de tempel op aan de Heer. Het geloof dat zij beleden heeft: ‘Mij geschiede naar uw Woord’, heeft zij ook geleefd in concrete daden: gastvrijheid, dienstbaarheid, liturgie.

De openbaringstijd gaat verder

De houding van Maria mag ons inspireren, uitnodigen en uitdagen om als gelovigen van het nieuwe verbond God zichtbaar te maken in onze tijd. In onze trouw aan de viering van de liturgie, waar wij zoals zij, vervuld van Gods Geest Hem loven en danken in overgave aan zijn Woord, blijkt ons onvoorwaardelijke geloof dat ook in ons leven voor ‘God niets onmogelijk is’. In onze gastvrijheid waarmee wij anderen laten delen in onze vreugde, laten delen in de volle maat van Gods liefde die wij hebben ontvangen en die wij gul tonen, geven wij onze medemensen, allemaal – zonder uitzondering – de kans om Gods liefde voor ieder van hen te zien. In onze dienstbaarheid bij de noden van onze medemensen, tonen wij Gods liefde voor hen en laten wij hen delen in onze eigen geloofservaring: ‘Voor Gods is niets onmogelijk’.

Maria daagt ons uit om de vreugde die zij kent, te vermenigvuldigen als water dat in de beste wijn wordt veranderd. Onze schamelheid wordt overvloed en precies daarin tonen wij Gods heerlijkheid. Wij openbaren Gods liefde voor alle mensen vandaag niet door de spot op onszelf te zetten, maar door het licht van Christus dat wij hebben ontvangen in ons doopsel te laten stralen door wie wij zijn, in wat wij zeggen en doen. Dat is de weg van Maria, de weg die God is gegaan om zijn liefde te openbaren, de weg die wij met Maria mogen en kunnen gaan.

 

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond