Schaam u niet

2 oktober 2019

Categorie: default - Reageer

 

‘Schaam u niet’

 

Oktober is naast de maand van de rozenkrans ook de missiemaand. Traditioneel denken we dan aan de missionarissen die het geloof veraf gaan verkondigen. Gelukkig kennen we nog mensen van dichtbij die dit hebben gedaan en nog steeds doen. Als kind mochten we ze ontmoeten wanneer ze in de kerk kwamen prediken of wanneer ze in de klas kwamen spreken over hun missiewerk. De vurigheid waareme ze dit deden heeft menig kind en jongere aangestoken om dezelfde weg te gaan. De verhalen uit verre landen die toen nog tot de verbeelding konden spreken omdat we er geen televisiebeelden van hadden en priesters en religieuzen van bij ons die doordrongen in die – voor ons – onbekende wereld. Het had iets strafs, iets sensationeels, iets aantrekkelijks ook. In het voorbeeld van de missionarissen werd deze missie ook haalbaar gemaakt. Het was niet onmogelijk, het vroeg wel moed, maar het kon ook iets zijn voor mij. Deze aantrekking en herkenbaarheid wekten bij velen het verlangen om de weg van de missie te gaan.

 

De missiemaand gaat echter ook over onze zending hier en nu en dat klinkt veel minder spectaculair. Hoe beginnen we eraan? Hebben we er wel zin in? En geldt ook niet voor ons: ‘Geen sant in eigen land’!

 

De apostel Paulus, de eerste missionaris, geeft in de lezing van de volgende zondag een goede raad aan Timoteüs en aan ons: ‘Schaam u niet van onze Heer te getuigen’! Dat is duidelijk en legt meteen ook de vinger op de wonde van onze vreesachtigheid. Zijn we niet te bedeesd, te angstig zelfs, om van ons geloof te getuigen. Om te tonen in woord en in daad dat wij in Christus geloven? Sluiten we ons geloof niet al te gamekkelijk op in ons eigen kleine kapelletje, onze eigen gemeenschap van gelijkgezinden, in ons eigen kleine tabernakeltje? We geloven wel, maar in het verborgene. We zouden wel willen dat anderen ons geloof delen, maar we durven het niet te zeggen. Iedereen is vrij’, zeggen we dan flink, genietend van onze eigen vrijheid om te mogen geloven. Maar wat zeggen we dan? Natuurlijk is iedereen vrij en wij nog het meest! Wij zijn vrijgemaakt door ons geloof, door de gave van Christus op het kruis, we zijn vrij van de angst om de dood want we geloven in Christus’ verrijzenis en de onze. Die vrijheid is de gave van ons geloof, maar ze is ook onze zending, onze missie. We worden door het sacrament van ons doopsel, vormsel en de eucharistie gezonden om wat we ontvangen aan genade, wat we verkondigen, vieren en dienen, ook uit te dragen. Mensen uit te nodigen tot het geloof en een heerlijk leven te leiden zoals wij.

 

Hiervoor is aantrekkelijkheid en herkenning nodig, zoals bij de missionarissen die ver weg gaan. Die aantrekkelijkheid en herkenbaarheid zit in ons. Wie blij gelooft, is een heerlijk mens – zoals de Heer. En die vreugde moet gedeeld, vermenigvuldigd, honderdvoudig worden. En dat kan! Wie heeft ons verleid om te geloven? Zijn het niet concrete mensen die wij op onze levensweg ontmoeten? Zijn het geen heerlijke mensen, waarin we de Heer ontmoeten? Die mensen zijn wij zelf.

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond