‘Vrienden, hebben jullie soms wat vis?’

1 mei 2019

Categorie: default - Reageer

‘Vrienden, hebben jullie soms wat vis?’

De wonderbare visvangst wordt bij het evangelie volgens Lucas verbonden met de roeping van de leerlingen aan het begin van het evangelie. Op de derde paaszondag krijgen wij de wonderbare visvangst in het evangelie volgens Johannes en dat is na de verrijzenis van Christus. de leerlingen zijn terug naar af. Petrus gaat terug naar zijn netten, om vis te vangen, geen mensen. Het verhaal met Jezus dat met hun roeping en het verlaten van de netten begon, lijkt voorbij. Opnieuw wordt er niets gevangen, niet één vis die de Heer hen vraagt. Maar op zijn woord vangen ze overvloed aan vissen. Johannes, de door Jezus beminde leerling, is de eerste om Hem te herkennen: ‘Het is de Heer!’.

Jezus komt de verdwaalde, ontmoedigde leerlingen tegemoet op een herkenbare wijze. Hij roept hen opnieuw om in Hem te geloven, om Hem te zien en te beminnen en om hun zending op te nemen: vissers van mensen worden. Jezus helpt hen door de tekenen die Hij doet, maar vooral door het grote teken dat Hij aan de Kerk heeft gegeven: het breken van het brood. Daaraan herkennen de leerlingen van toen zijn aanwezigheid in hun midden en daaraan herkennen wij Hem nog steeds, in de viering van de eucharistie. Op de vraag: ‘Vrienden, hebben jullie soms wat vis?’ is het aanvankelijke antwoord: ‘Neen’. Ze hebben wel gezwoegd, gewerkt, maar niet gevangen. Zonder het woord van de Heer valt er ook weinig te vangen om leven te geven aan elkaar!

Ook wij kunnen uit onszelf niet veel aanbrengen, ondanks ons gezwoeg. Maar met het woord van de Heer en met zijn aanwezigheid in ons midden, lukt het wel. De viering van de eucharistie nodigt ons telkens weer uit om de Heer te horen en te zien, Hem te ontvangen om onze zending op te kunnen nemen: in Jezus naam elkaar beminnen in overvloed.

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond