Wat moeten wij doen ?

12 december 2018

Categorie: default - Reageer

 

‘Wat moeten wij doen?’

Voor ons is Johannes de Doper de voorloper van de Messias. Voor de mensen die Johannes ontmoetten in zijn tijd werd hij beschouwd als de Messias. Johannes heeft de grootste moeite om hen duidelijk te maken dat hij dat niet is, maar dat de Messias na hem komt. De mensen waren vol van Johannes de Doper, van groot tot klein en van hoog tot laag. Het moet een bijzondere figuur geweest zijn en zelfs Jezus prijst hem als ‘grootste die uit een vrouw geboren is’. Johannes is dan ook authentiek en geloofwaardig in zijn prediking. In hem horen de mensen de heldere stem van de profeten, de stem van God zelf die redding belooft. Maar er is meer dan zijn stem. Het hele optreden van Johannes is een waarachtig getuigenis in woord en in daad zodat zijn toehoorders niet alleen Gods belofte van heil horen, maar het zien gebeuren.

Wie naar Johannes de Doper luistert, geeft zich dan ook over aan Gods belofte, bekeert zich en opent zich voor het heil. Daarvan is de vraag in het evangelie van de derde adventszondag een duidelijke indicatie. De mensen stelden Johannes de vraag: ‘Wat moeten wij doen?’ Mensen die passief afwachten, die wel horen en zien maar er zich verder niet te veel van aantrekken, mensen die onverschillig op de achtergrond blijven, stellen die vraag niet. Toen niet en ook nu niet. Want de vraag stellen, betekent dat je ook een antwoord verwacht en dat antwoord zou wel eens verrassend kunnen zijn. Zoals de vraag ‘Wat moeten wij doen’, niet vrijblijvend is, zo is ook het antwoord dat Johannes geeft niet vrijblijvend. Het is een duidelijk antwoord dat voor ieder concrete gevolgen heeft voor het eigen leven.

Voor wie dubbele kleiding heeft of voedsel in overschot, is het antwoord op de vraag: ‘Deel met wie niets heeft’. Er staat niet ‘voor wie rijk is en veel te veel heeft’, maar ‘wie dubbel heeft’. Met één kom je toe, bij twee stuks moet je delen.

Het antwoord aan de tollenaars (de belastinginners) is ook duidelijk: ‘Niet meer vragen dan is vastgesteld’. Afzien dus van persoonlijke verrijking op de kap van anderen en onder het mom van belastingen.

Het antwoord aan de soldaten: ‘Niemand uitplunderen, niemand iets afpersen, maar tevreden zijn met uw soldij’, ook dat is een duidelijk antwoord want soldaten konden, net als tollenaars, zichzelf een ‘macht’ toekennen om zich te verrijken.

De duidelijkheid van de antwoorden die Johannes geeft zal doorgetrokken worden in de verkondiging van het Rijk Gods door de Messias. Het evangelie is duidelijk. Aan de rijke jongeling die Jezus wil volgen zal Hij zeggen: ‘Verkoop wat je bezit en geef het aan de armen’, aan iedereen die Hem wil volgen zal Hij antwoorden dat ze alles moeten achterlaten omdat je het Rijk Gods nu eenmaal niet kan omhelzen met volle handen.

Misschien kan het ons helpen om in deze tijd van verwachting naar de Verlosser en Redder ook eens de vraag duidelijk te stellen: ‘Wat moet ik doen?’ Wie met deze vraag in het achterhoofd het evangelie leest, krijgt duidelijke antwoorden. Enkel zo kunnen wij het Rijk Gods zien aanbreken wanneer wij de mist en de vaagheid van onze plantrekkerij laten varen en in het heldere licht gaan staan dat groeit op de adventskrans en dat straks zal schitteren in de kribbe.

 

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond