Geloven met hart en mond

23 februari 2022

Categorie: default - Reageer

 

Geloven met hart en mond

 

Op de eerste zondag van de veertigdagentijd krijgen we telkens het evangelie dat de veertig dagen en nachten van Jezus in de woestijn verhaalt met de beproevingen door de duivel. Jezus antwoordt telkens met een woord uit de Schrift. Hij is immers gekomen om de Schrift te vervullen en dat zal de duivel geweten hebben en wij ook. Paulus verwijst ook naar de Schrift in zijn brief aan de christenen van Rome waaruit we een stukje krijgen in de tweede lezing. Paulus verwijst naar het boek van de Wet (Deuteronomium) waarin God de voorschriften en geboden geeft voor het volk. Als het zich daaraan houdt, zal het enkel voorpsoed kennen. De voorschriften lijken veeleisend, maar God troost zijn volk met de woorden: “Het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het dus volbrengen”.

 

Paulus verwijst hiernaar om de christenen van Rome toen en ons nu op te wekken tot geloof. Niet het geloof dat ons van buitenaf opgelegd wordt en verpletterd door onmogelijk te volbrengen bepalingen, maar wel het geloof dat in ons hart is en dat wij met onze mond belijden.

Dit geloof is niet ‘iets’, maar ‘iemand’, nl. Jezus Christus. “Wie zijn naam noemt zal gered worden”, zegt Paulus. En de naam van Jezus noemen doen we van ganser harte, met liefde dus. Immers, Jezus leven, lijden en sterven was zijn liefde tot het uiterste toe voor ieder van ons. Hij is dus dichtbij, het Woord dat vlees geworden is voor ons, Hij is in ons hart en wij belijden hem dus hartelijk met de mond.

Deze hartelijke belijdenis staat in schril contrast met de valse taal van de duivel in de woestijn. Tot driemaal toe zegt hij: “Als Gij de Zoon van God zijt”. Dat is geen belijdenis, laat staan van harte! De duivel weet heel goed wie Jezus is, in het evangelie is hij de eerste om Hem te noemen “Ik weet wie Gij zijt!” en ook “Laat mij met rust”. Jezus is gekomen om ons te bevrijden van de valse taal die de slang al sprak in het aards paradijs: “Heeft God werkelijk gezegd dat gij niet van die boom moogt eten?”

De duivel is dan wel verslagen door Jezus in de woestijn en helemaal op het kruis, maar zijn taal blijft ons verleiden weg van Jezus, weg van onszelf en van elkaar. We worden op de proef gesteld door de valse woorden die in onszelf opwellen. Ze komen niet uit ons hart, het zijn geen hartelijke worden. We kennen ze maar al te goed. De uitvluchten waarin we ons wentelen om ons geweten te sussen. Omwille van ons heeft Jezus die taal weerstaan en weersproken met heldere, echte woorden en daden. Wat de oude mens niet kon, heeft de nieuwe mens gedaan: gehoorzamen aan God met heel het hart en alle krachten en de naasten liefhebben als zichzelf. Meteen de samenvatting van de wet en de profeten.

De veertigdagentijd is een tijd van genade die God ons geeft. We mogen zondag aan zondag zien hoe Hij die genade voor ons schenkt door zijn Zoon. Laten wij zijn naam uitspreken, van ganser harte en onze dankbaarheid omzetten in de taal van geloof, hoop en liefde.

 

 

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond