‘Hij roept niet, hij schreeuwt niet’

5 januari 2022

Categorie: default - Reageer

 

‘Hij roept niet, hij schreeuwt niet’

Met het doopsel van Christus wordt de kersttijd afgesloten en vangt de zogenaamde “tijd door het jaar” aan. Toch is het goed en nodig om ons de lezingen van de advent en de kersttijd voor ogen te houden bij het volgen van Jezus door het jaar. We hebben de profeten horen spreken in Gods naam hoe Hij zijn Dienaar ziet, we hebben de beloften van God gehoord dat en hoe Hij zijn volk komt redden. Met Maria en Jozef, de herders en de wijzen hebben wij gezien dat Gods menslievendheid onder ons is komen wonen. Wij hebben met hen ons verwonderd over het Kind in de kribbe, kwetsbaar en klein. Wij hebben ons moeten bukken en klein maken om Hem te zien, onze armen moeten uitstrekken om Hem te ontvangen. Het is duidelijk niet met groot vertoon van macht en kracht dat de Heer ons komt redden en verlossen!

Op het feest van het doopsel van Christus horen wij door de mond van de profeet Jesaja zeggen: ‘Hij roept nier, Hij schreeuwt niet en op straat verheft Hij zijn stem niet. Het geknakte riet zal Hij niet breken, de kwijnende vlaspit niet doven, in waarheid zal Hij de gerechtigheid laten stralen.’ Dat zullen wij bij Jezus inderdaad zien. Heel het evangelie door zullen wij Hem horen, maar we moeten er onze oren wijd open voor zetten want Hij schreeuwt niet. Zijn zachte stem is echter krachtig, niet door luidruchtigheid, maar door de Geest. Vriendelijk, geduldig, minzaam, maar waarachtig klinkt de volle maat van Gods liefde door. Krachtig omdat ze haar doel bereikt en de mensen die de moed hebben om naar Hem te luisteren ook effectief te verlossen, te redden, te bevrijden, op te wekken. Zelfs tot de dove dringt zijn helen stem door. En dit alles zonder te roepen of te schreeuwen.

Zonder te breken wat broos is, geknakt en gekwetst, wordt Gods belofte in Jezus werkelijkheid. Zelfs als Hij zelf wordt gebroken in zijn lijden en kruisdood, verheft Hij nog niet zijn stem. Hij blijft zich vastklampen aan de belofte van God, aan zijn roeping en zending: ‘Niet mijn, maar Uw wil geschiede’.

Zoals in Jezus’ tijd en in het leven van de jonge Kerk, worden ook wij omringd door de roepers en de schreeuwers die hun grote gelijk uitbraken in lege slogans en holle woorden. Ze bevrijden niet, ze redden niet. Dat kan ook niet want door hun geschreeuw horen ze de kreet niet om hulp van wie in nood zijn. Ze horen zichzelf en hun oorverdovend geroep heeft niet alleen de noodkreten overstemd, ze zijn zelf doof geworden voor de waarheid. De waarheid, de échte waarheid van de liefde schreeuwt niet! Zoals toen is het ook nu moeilijk om tussen het dwaze geraas de blijde boodschap te horen. Het is aan ons om de oren en ons leven te openen voor de zachte stem van de Heer en te getuigen in alle eenvoud, nederigheid en tederheid dat die zachte stem ons bevrijdt en redt.

 

 

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond