Begin van de Veertigdagentijd

27 februari 2019

Categorie: default - Reageer

 

Begin van de veertigdagentijd

 

Met aswoensdag (6 maart) begint de veertigdaagse voorbereiding op Pasen. ‘Begin’ klinkt als de aanvang van iets nieuws en dat is het ook. De veertigdagentijd is niet zozeer bezig met het verleden en wat daarin allemaal mis is gegaan, maar veeleer met de toekomst en hoe we daar naar kunnen uitkijken. Veel te vaak is de nadruk gelegd op het ‘boete-karakter’ van deze tijd in de zin van het ons bewust zijn van onze zwakheid en zondigheid. Het woord ‘boeten’ komt trouwens uit de visserij en betekent het ‘herstellen’ van de netten zodat er weer vis gevangen kan worden. Hertsel, begin, dat klinkt al veel aantrekkelijker om de toekomst tegemoet te zien. Weliswaar bekennen we ons met aswoensdag als beperkte en eindige mensen, maar niet om in ‘zak en as’ te blijven zitten. Integedeel, we willen een stap zetten naar de toekomst toe en daarom willen we de ballast afwerpen die ons gevangen houdt in het verleden.

 

Hoe kunnen we dat concreet beleven?

 

-Allereerst door te doen wat we op aswoensdag horen bij het ontvangen van het askruisje: ‘Bekeer u en leeft volgens het evangelie’. Ons afkeren van allerlei onheilsboodschappen om open en ontvankelijk de blijde boodschap te horen en te ontvangen. Luisteren naar de woorden van bevrijding en leven die Jezus spreekt. Wat aandachtiger dan anders, wat intenser. We vinden de lezingen van de zondag in het parochieblad. Misschien kunnen we ze eens lezen en herlezen om ze te ontvangen in de liturgie van de zondag als bekende woorden, gesproken door een beminde en ontvangen door een liefhebber?

 

-Vanuit het ontvangen van de genade van Gods woord, die genade ook beleven in concrete daden van verzoening. Niet alleen in ons hart en in onze gedachten en gebeden, maar ook in ons spreken en handelen nieuw leven opwekken, mogelijk maken, uitdagen, uitnodigen.

 

-Vanuit de ervaring dat de Heer naar ons op zoek is en zich voortdurend aandient met zijn liefde, de eerste stap te zetten naar hen toe met wie we niet of te weinig in vrede leven. Verzoening verlangen en verzoening wekken.

 

-Vanuit de ervaring van Gods gulheid en ‘zotte liefde’ oor ons, zelf wat guller zijn in onze ontmoetingen met elkaar. Ons niet verheffen boven de ander door sarcasme, cynisme, kritiek; maar welwillend naar de ander luisteren en hem of haar ontvangen, ook als we daardoor voor ‘naïeveling’ worden bestempeld.

 

-Een concrete daad van naastenliefde stellen met mensen dichtbij en mensen veraf. Vanuit het diepe besef dat wij in ons doopsel aan elkaar worden toevertrouwd als broeders en zusters, elkaar ook zo ervaren. Een daad van broederlijke en zusterlijke liefde door te delen met wie het minder goed hebben dichtbij én veraf. En ook hier on niet te verschuilen achter drogredenen om het niet te doen, maar het gewoon doen zonder dat we daar bevestiging of beloning voor moeten ontvangen. Onze linkerhand hoeft niet te weten wat onze rechter geeft, we geven in het verborgene en ‘God die in het verborgene ziet, zal het u vergelden’ (evangelie van Aswoensdag).

 

-Vanuit de ervaring dat alles ons gegeven is, een daad van oprechte en geloofwaardige vasten stellen. Neen, zeggen aan wat afbreuk doet aan ons leven, samenleven, aan de schepping. Iets laten uit eerbied voor het leven dat God ons toevertrouwde. Concrete zorg voor mens, dier, natuur, milieu. Niet omdat het ‘goed’ staat, maar omdat het een geschenk van God is.

 

-Vanuit het verlangen naar de toekomst, een blij gezicht opzetten, gewoon vriendelijk zijn. Het kost niets en toch komen we er zo moeilijk aan toe.

 

-Vanuit het verlangen om van de Blijde Boodschap te leven en leven te geven, bidden. Spreken met de Heer. Heel eenvoudig en duidelijk van hart tot hart.

 

-Vanuit ons verlangen om het Rijk Gods te zien en te ervaren, elkaar ontmoeten in de viering van de eucharistie, in de momenten van gebed, in momenten van bezinning, op ogenblikken van actie.

 

We hoeven niet alles te doen, maar tussen ‘niets’ en ‘alles’ ligt een hele weg die we kunnen gaan. Misschien dat de hier vermelde suggesties kunnen helpen. Misschien hebben we een vastenkalender nodig om ons eraan te herinneren dat het om veertig dagen gaat? Misschien kunnen we elkaar gewoon helpen om van deze tijd een buitengewone tijd te maken voor God en voor elkaar.

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond