Wat horen en zien wij?

11 december 2019

Categorie: default - Reageer

 

Wat horen en zien wij?

 

Johannes de Doper, de voorloper van de Messias, wordt door de mensen hooggeëerd. Zijn profetie is geloofwaardig omdat hij leeft naar de verwachting van de Messias. Hij had naam en faam tot in de hoogste kringen, alle deuren gingen voor hem open en hij kon zich zonder problemen een comfortabel leven veroorloven. Maar niets daarvan! Jezus zelf zegt aan de leerlingen doelend op Johannes: ‘Waar zijt gij in de woestijn naar gaan zien? Naar iemand in verfijn de kleding? Die verfijnde kleding dragen zijn te vinden in de paleizen der koningen.’

 

Johannes is geloofwaardig omdat in zijn leven de mensen zijn boodschap kunnen horen en zien. De profetie wordt niet enkel gedragen door een heldere stem, ze wordt versterkt door de levenswijze van Johannes de Doper.

 

Als Johannes vanuit de gevangenis zijn leerlingen erop uitstuurt om te na te gaan of Jezus de Messias is, krijgen zij eenzelfde antwoord: ‘Gaat aan Johannes zeggen wat gij hoort en ziet: blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan de armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd.’ Opnieuw wordt de geloofwaardigheid van Jezus getoetst aan wat te horen en te zien is.

 

De Blijde Boodschap vraagt niet alleen om verkondigd te worden, ze moet ook gezien worden in de diaconie, de dienst aan Gods veelgeliefde kinderen. Dat geldt voor ieder tijd en dus ook voor de onze, dat geldt voor iedere plaats en dus ook bij ons. Gaan wij die uitdaging aan om geduldig en moedig, zoals Paulus zegt, het Rijk Gods tegemoet te gaan. Horen en zien, niet het ene los van het andere!

 

Dat is de wijze waarop de Blijde Boodschap verkondigd wordt. Met Kerstmis gedenken we dat Gods Woord vlees is geworden, mens is geworden, in Jezus Christus. Een woord om te horen en te zien, om echt te ontmoeten. God neemt zijn kinderen ernstig, Hij toont zich in woord en in daad. Hij troont niet hoog, afwezig, onbereikbaar, maar komt dichtbij, zo dicht dat wij Hem écht kunnen ontmoeten. Dat is wezenlijk voor het christendom en uniek. Het is ook wezenlijk om van een echt liefdesverbond te spreken, dat vraagt immers wederkerigheid in woord en in daad.

 

Onze geloofsverkondiging vandaag is er ook een van de ontmoeting met God en met elkaar. Een liefdesverbond dat hoorbaar en zichtbaar is, dat vlees en bloed wordt in concrete mensen en voor concrete mensen. We worden uitgedaagd om zoals God, mens te worden!

 

Zien en horen onze medemensen in ons de Blijde Boodschap? Waarnaar komen zij zien als ze ons bezig horen en zien, als ze ons horen en zien vieren? Sluiten wij ons op in onze veilige paleizen of durven we onze handen vuil te maken?

 

Heel zeker, er is veel te zien en te horen in en rondom ons. Armen, vreemdelingen, zieken, jongeren en ouderen, ze kunnen de Blijde Boodschap zien en horen in onze daadwerkelijke zorg voor hen. Daar mogen we dankbaar en fier over zijn, dat maakt ons geloofwaardig. Het vraagt geduld en moed, dat is zeker, het duurt lang, soms te lang voordat mensen in onze verkondiging en in onze dienst het Rijk Gods zien gebeuren. Soms is het omdat we te traag zijn, te ongeduldig ook of niet moedig genoeg om in onze zorgzame inzet ook de Blijde Boodschap te laten klinken. Mogen de mensen ook horen dat wij leven van uit ons geloof, dat God ook in ons is mens geworden, dat Christus in ons opstaat? Of zwijgen we liever, houden we het stil uit vrees uitgelachten te worden? Johannes de Doper werd niet uitgelachen, ook Christus niet daarvoor was hun geloofsgetuigenis te ernstig, bloedernstig zelfs, maar ook heerlijk.

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond