Geef licht !

23 januari 2014

Op zondag 2 februari viert de Kerk het feest van de Opdracht van de Heer, ook wel Maria Lichtmis genoemd. Wij gedenken dan hoe Maria en Jozef het kind Jezus, zoals de wet het voorschrijft, naar de tempel brachten om het aan de Heer op te dragen. De oude Simeon ontvangt het kind Jezus en looft God om het heil dat hem ten deel is gevallen. Dit kind is het licht voor alle volkeren, roept hij uit. Traditioneel worden op dit feest kaarsen gezegend en aangestoken, soms zelfs in processie in de kerk gedragen. Vandaar de volkse benaming ‘Lichtmis’.

Op vele plaatsen worden de ouders en de familie van de gedoopten uit het voorbije jaar uitgenodigd om, zoals Maria en Jozef destijds, met hun kindje naar de kerk te komen en God te danken voor het nieuwe leven dat zij ontvingen. Dat is al gebeurd bij het doopsel, maar in de viering met de hele gemeenschap is het toch bijzonder. Bovendien drukt het een belangrijk aspect uit van het doopsel: de opname in de kerkgemeenschap. Welnu, de gemeenschap komt iedere week samen om de Heer te loven en te danken in de zondagsviering. De vierende gemeenschap verwelkomt de jonge ouders en hun kinderen en krijgt zo de gelegenheid om haar dank en vreugde te tonen voor het nieuwe leven in de kerkgemeenschap.

In onze pastorale zone worden ieder jaar ongeveer 150 kinderen gedoopt, opgenomen in de kerkgemeenschap. De jonge ouders hebben, met hun kindje op de arm een stap gezet en een verlangen uitgedrukt: ‘Wij willen ons kindje laten dopen.’

Voor sommigen is dat verlangen geworteld in een relatie met Christus en zijn kerk. Zij wensen voor hun kindje wat ze zelf beleven aan geloof, hoop en liefde. Zij leven van de genade van hun eigen doopsel en vragen dit ook voor het nieuwe leven dat ze mochten ontvangen. Ze kennen de betekenis van het doopsel en zijn verbonden met de kerkgemeenschap. Ze zijn thuis in het geloof en in de Kerk. Wij willen hen met ons gebed en onze aandacht steunen en bemoedigen en danken de Heer voor hun getuigenis.

Er zijn ook ouders die de stap zetten na lange afwezigheid. Ze zijn niet vertrouwd met het kerkelijke leven en nemen er ook niet intens aan deel. Toch is ook hun verlangen naar het doopsel van hun kindje een bijzondere stap. Zij vragen het doopsel omdat ze hun kindje heel graag zien en willen dat tonen, delen met familie en vrienden. Ze vinden niet altijd de woorden om het geloof te betrekken bij hun verlangen, maar dat wil niet zeggen dat het afwezig is. Het vlammetje van hun eigen doopsel is niet uitgewaaid, het wordt zelfs aangewakkerd wanneer ze zeggen: ‘Wij wensen dat ons kindje wordt gedoopt want onze ouders hebben ons destijds ook laten dopen.’ Het gaat dieper dan traditie of de vraag naar een soort ritueel. Hun vraag gaat terug op hun eigen ervaring. Hun eigen doopsel hebben ze als iets goeds ervaren, ze zijn hun ouders dankbaar hiervoor, ze willen op die weg verder gaan met hun kindje. Het is een blij weerzien na een tijd van afwezigheid en ze zijn bijzonder dankbaar als ze hartelijk worden verwelkomd. Ze komen dan wel met een vraag voor hun kindje, maar worden zelf ook geraakt en het vlammetje wordt groter.

Het is een grote vreugde om als kerkgemeenschap deze jonge mensen te mogen ontvangen, gastvrij en dankbaar. Zij geven ons de kans om te getuigen van ons geloof. Ze kloppen aan en wij mogen ons hart voor hen openen opdat zij Gods liefde zouden ervaren in de ontmoeting die zij met ons hebben. Laten wij het licht op 2 februari hoog houden, dankbaar om de Heer en om ieder kind waarin wij Hem mogen opnemen.

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond